Versterkt neurowetenschappelijke pijneducatie, in combinatie metgeïntegreerde motiverende gespreksvoering, het effect van manuele therapie?
- Admin
- 4 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen
Auteur: Jan Knapen, dr. Revalidatiewetenschappen en kinesitherapie

Jacques-Raphaël de Caluwé en Nicolas Sabbe, leden van de raad van bestuur van de
WVVK, publiceerden in het wetenschappelijk tijdschrift Minerva een samenvatting en
duiding van onderstaand artikel:
Coulter I, Crawford C, Hurwitz E, et al. Manipulation and mobilization for treating chronic
low back pain: a systematic review and meta-analysis. Spine J 2018;18:866-79. DOI:
10.1016/j.spinee.2018.01.013.
Besluit: deze systematische review en meta-analyse van goede methodologische
kwaliteit toont aan dat op korte termijn manipulatie en mobilisatie in vergelijking met
andere actieve behandelingen een statistisch significante maar beperkte pijnreductie en
functieverbetering geven bij patiënten met chronische lage rugpijn (CLRP). Het effect van
manipulatie is groter dan het effect van mobilisatie.
Implicaties voor de praktijk: bij CLRP kunnen mobilisaties en/of manipulaties als
optionele therapeutische modaliteit overwogen worden bij patiënten waarbij
zelfmanagement en oefentherapie niet volstaan. Mobilisatie en manipulatie kunnen enkel
in een multimodale setting (indien gecombineerd met oefentherapie) klinisch voordelig
zijn. De bevindingen onderbouwen vooral de optionele plaats van manipulatie in het
therapeutisch arsenaal voor patiënten met CLRP.
Neurowetenschappelijke pijneducatie en geïntegreerde motiverende
gespreksvoering in de biopsychosociale behandeling van patiënten met
chronische pijn.
Aangezien chronische pijn een uitgesproken biopsychosociaal karakter heeft, dient de
behandeling te focussen op zowel biomedische en/of biomechanische aspecten als
psychosociale en contextuele factoren. Bij veel chronische pijnpatiënten is de
pijnperceptie verstoord; centrale sensitisatie verwijst naar een verhoogde gevoeligheid
van het zenuwstelsel, waarbij ‘normale’ prikkels als pijnlijk worden ervaren.
Neurowetenschappelijke pijneducatie (Pain Neuroscience Education, PNE) tracht de
verstoorde pijnperceptie te corrigeren. De doelen van PNE zijn (1) de
pijnovertuigingen/percepties positief beïnvloeden, (2) inzicht verwerven in de
multifactoriële oorzaken van pijn zowel overgevoeligheid (centrale sensitisatie) als
onderhoudende factoren o.a. catastroferende gedachten en kinesiofobie, en (3) patiënten
leren omgaan met hun pijnklachten en beperkingen.
Motiverende gespreksvoering (MG) is een persoonsgerichte communicatiestrategie die
mensen helpt hun problemen te onderkennen en hen motiveert tot gedragsverandering.
MG bevordert de intrinsieke motivatie door een succesvolle veranderingsgerichte
aanpak.
Het laatste decennium zijn PNE en MG zijn geïmplementeerd in de behandeling van
patiënten met chronische pijnklachten. Onderzoek van Nijs et al. (2020) toont aan dat
zowel PNE als MG op korte termijn effectief zijn (kleine effectgroottes) voor deze
doelgroep. Conceptueel zijn PNE en MG complementaire interventies die elkaars effect
kunnen versterken. MG bevordert de intrinsieke motivatie en de naleving van
behandelingsadviezen. PNE focust op kennis omtrent de overgevoeligheid voor
pijnprikkels (centrale sensitisatie) en op dysfunctionele pijnpercepties/overtuigingen. Het
combineren van PNE met MG kan leiden tot betere resultaten (grotere effectgroottes) op
korte en langere termijn.
Klinische vraag: Versterkt PNE in combinatie met geïntegreerde MG het effect
van manuele therapie bij patiënten CLRP?
Kasimis K, Apostolou T, Kallistratos I, et al. Effects of manual therapy plus pain
neuroscience education with integrated motivational interviewing in individuals with
chronic non-specific low back pain: A randomized clinical trial study. Medicina 2024;60:
556. DOI.org/10.3390/medicina60040556.
Onderzoeksdoel: de korte- en langetermijneffecten van de toevoeging van PNE met
geïntegreerde MG aan manuele therapie op pijnintensiteit, lumbale drukpijn, functioneel
vermogen van de lage rug, invaliditeit, kinesiofobie en catastroferen bij personen met
CLRP onderzoeken.
Methode: Zestig volwassenen met CLRP werden at random verdeeld in drie groepen van
20. De eerste groep werd behandeld manuele therapie in combinatie PNE met
geïntegreerde MG (gecombineerde therapiegroep), de tweede groep met manuele
therapie alleen (manuele therapiegroep), en de derde groep kreeg een handleiding voor
het uitvoeren van stretching, stabilisatie- en ademhalingsoefeningen in de thuissituatie
(controlegroep). De gecombineerde groep en de en de manuele therapiegroep volgden
gedurende 4 weken 10 sessies manuele therapie van 30 minuten. De onderzoekers
gebruikten gevalideerde meetinstrumenten: pijn werd beoordeeld met behulp van de
Numeric Pain Rating Scale, functioneel vermogen met de Roland-Morris Disability
Questionnaire, kinesiofobie met de Tampa Scale for Kinesiophobia, catastroferen met de
Pain Catastrophizing Scale, de mobiliteit van de romp met behulp van de Back
Performance Scale, en lumbale drukpijn door middel van drukalgometrie. De metingen
gebeurden bij de start (baseline), na vier weken en zes maanden.
Resultaten en conclusie
De gecombineerde therapiegroep verbeterde significant op korte termijn (4 weken) en
lange termijn (6 maanden) op pijnintensiteit, pijndrempels, invaliditeit, kinesiofobie,
catastroferen en mobiliteit van de romp in vergelijking met de manuele therapiegroep en
de controlegroep. De auteurs veronderstellen dat de positieve effecten op korte en lange
termijn toe te schrijven zijn aan veranderingen van dysfunctionele
pijnperceptie/overtuiging en het bewegingsgedrag (kinesiofobie).
De resultaten moeten voorzichtig geïnterpreteerd omwille van verschillende
methodologische beperkingen, zoals geen dubbel blind studie, de kleine steekproef en
een relatief korte follow-upperiode. Verder onderzoek op grotere steekproeven naar de
optimale dosering van de gecombineerde therapie en de rol van modererende factoren
zoals chroniciteit, lichaamssamenstelling, niveau van fysieke activiteit, leeftijd en
geslacht is nodig.
Referenties
Hoofdartikel in bijlage
Kasimis K, Apostolou T, Kallistratos I, et al. Effects of manual therapy plus pain
neuroscience education with integrated motivational interviewing in individuals with
chronic non-specific low back pain: A randomized clinical trial study. Medicina 2024;60:
556. DOI:org/10.3390/medicina60040556.
Overige artikels zijn online beschikbaar
Sabbe N, de Caluwé J-R. Manipulatie en mobilisatie voor de behandeling van chronische
lage rugpijn. Minerva 2019;21:6.
Coulter I, Crawford C, Hurwitz E, et al. Manipulation and mobilization for treating chronic
low back pain: a systematic review and meta-analysis. Spine J 2018;18:866-79. DOI:
10.1016/j.spinee.2018.01.013.
Nijs J, Wijma A, Willaert W, et al. Integrating motivational interviewing in pain
neuroscience education for people with chronic pain: A practical guide for clinicians.
Physical therapy 2020;100:846-59.
Ho E, Chen L, Simic M, et al. Psychological interventions for chronic, non-specific low
back pain: systematic review with network meta-analysis. British Medical Journal 2022;
376. DOI:10.1136/bmj-2021-067718.



